Liefdesaffaire

nyp2In 1997 werd ik volkomen onverwacht verliefd op Amerika.  Die zomer, had ik bedacht, wilde ik doorbrengen ergens op een stille plek in de natuur en in ieder geval ver weg van het drukke Amsterdam, waar ik toentertijd woonde en studeerde.  Ik snakte naar een beetje groen na een collegejaar in ineengepakt te zijn geweest tussen asfalt en bakstenen.  En toen kwam ergens in april de brief van het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York. Met de felicitaties namens de toenmalige secretaris-generaal Kofi Annan: ik was een van de gelukkigen die deze zomer zou worden toegelaten als stagiair, een kans van één op vier, als ik het me wel herinner. Ik had inderdaad in het najaar een sollicitatieformulier ingevuld, maar omdat ik er nooit meer wat van gehoord, had ik zelf geconcludeerd dat het niets meer zou worden.  Ik was zelfs al bezig met een andere stage!

Uiteindelijk zeg je toch geen ‘nee’ tegen de VN. En dus rondde ik de ene stage in versneld tempo af en begon ik met het reserveren van een vliegticket en het regelen van huisvesting in New York, oppas voor de kat en tijdelijke huurders voor m’n eenkamerwoning in een zijstraat van de oude Czaar Peterbuurt. Het was in een tijd dat internet nog lang geen algemeen goed was, dus alles ging tergend langzaam per telefoon en briefjes op prikborden op de universiteit. 

Eind mei was het zover. De eerste drie weken kon ik terecht in het appartement van een verre tante, die in Queens woonde. En daarna moest ik maar zien. Een andere Nederlandse VN-stagiaire trok de eerste avond bij me in en de volgende dag togen we naar Manhattan. Eerst een ontbijtje bij Dunkin’ Donuts op de hoek. Daar stuitten we op het eerste culturele misverstandje. ‘Wat kan het zijn?’, vroeg de nors kijkende vrouw achter de balie. ‘Euh, even kijken hoor, ja doe maar deze donut met oranje snippers en een cappuccino alstublieft.’ Het antwoord: ‘Is it to stay or to go?’ (‘Blijf je hier, of neem je het mee?’) Opgegroeid met de regel dat als je iets wilt drinken, je er even voor gaat zitten, antwoordde ik, verbouwereerd:  ‘Nou mevrouw, ik was van plan er een bakje koffie bij te drinken, dus…’ ‘Blijf je hier, of neem je het mee?’, onderbrak ze me andermaal. Ik besefte dat nog een keer uitleggen dat ik rustig een kopje koffie wilde drinken in de zaak en niet op weg naar de metro, blijkbaar een geaccepteerde Amerikaanse gewoonte, volkomen zinloos was.  En dus antwoordde ik:  ‘It’s to stay’ (‘Ik blijf hier’).

Na een slingerende rit van bijna een uur met lijn Q staken we als mollen ons hoofd boven de grond ter hoogte van Broadway en Lafayette Street. Een overweldigende herrie van claxonnerende taxi’s en bijna rennende mensen was ons deel. Wat we die dag precies hebben gedaan weet ik echt niet meer. Maar we keken met grote ogen rond en toen we ’s avonds op de brandtrap aan de buitenkant van het appartement met een bord op schoot zaten te eten, gilde de adrenaline nog door ons heen. We waren verkocht aan de vibes van New York. En later aan de rest van het land en zijn mensen.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Column

Een Reactie op “Liefdesaffaire

  1. Pingback: Primeur voor mezelf «

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s