Het beloofde land van Piet Amerika

DIT ARTIKEL VERSCHEEN EERDER IN DE PZC-BIJLAGE SPECTRUM VAN ZATERDAG 26 SEPTEMBER

Het Hof van Borsele, de boerderij van de familie Maas is nu zorgboerderij geworden

Het Hof van Borsele, de boerderij van de familie Maas is nu zorgboerderij geworden

Piet Amerika noemden ze hem, zo verrukt was landbouwer Piet Maas uit Kortgene over het land aan de andere kant van de oceaan. Een zes weken lang verblijf bij een oorlogsvriend in de staat Massachussetts veranderde zijn leven en dat van zijn gezin voorgoed. Uiteindelijk emigreerde bijna de hele familie Maas naar de Verenigde Staten. Alleen zoon Franklin bleef achter in Zeeland.

 

 

 

Het zijn de eerste jaren na de Watersnoodramp in 1953. In het rampgebied is het zout in de muren van de huizen getrokken. Landbouwers hebben het zwaar en kunnen lange tijd niet oogsten. Zo ook Piet en Lena Maas, die met hun drie kinderen wonen op het Hof van Borsele in Kortgene. “Een oorlogsvriend van mijn vader schreef in die tijd: kom eens bij ons kijken in Massachussetts. Ze konden toch niet veel doen, dus ze vertrokken met de boot en bleven zes weken. Ze hebben het er ontzettend naar hun zin gehad ”, herinnert dochter Lydia Maas (60) zich nog goed. Ze woont nu in La Vale, een slaperig dorpje langs route 68 in de staat Maryland. Moeder Lena Maas (96) is weduwe en woont, nog altijd zelfstandig, om de hoek.

Amerika maakt diepe indruk: de grote auto’s, de brede snelwegen, de enorme huizen en de luxueuze levensstijl. Een stukje van dat Amerika nemen ze mee naar huis. Lydia: “Sinds die tijd noemden mensen mijn vader Piet Amerika. Mijn ouders waren de eerste in Zeeland met een witte, Amerikaanse keuken. Pappa had ook de eerste zeilboot van Zeeland.” Maar de trip is niet louter bedoeld als vakantie. “Pappa heeft ook gekeken of er mogelijkheden waren voor mijn broer Cees om te boeren.”

Lena (l) en Lydia Maas

Lena (l) en Lydia Maas

In 1956 reist Cees, de oudste van Piet en Lena, naar South Dakota als uitwisselingsstudent landbouwkunde. “Cees is gaan pionieren. Hij kwam terug en zag eruit als een cowboy. Het eerste wat hij zei is: ‘Ik ga terug zo gauw als ik kan’”,vertelt Lydia. En zo geschiede. Twee jaar later emigreert hij.

Cees begint in 1958 met een Nederlandse partner een veeteeltbedrijf in South Dakota. Double Dutch Farms, noemen ze het. Maar al snel kiest hij voor een eigen bedrijf. Hij begint een handel in vloeibare kunstmest. Een gouden zet, zo blijkt. Cees kan veel van zijn kennis en ervaring uit Nederland toepassen. “South Dakota is arm geweest”, verklaart moeder Lena. “Dat was ook wel vanwege de grond. Om die te bewerken was mest en irrigatie nodig. Het leven was er hard. Maar het waren geen goede boeren.”

De zaken lopen boven verwachting en Cees kan extra hulp goed gebruiken. Daarom haalt hij zijn vader en moeder in 1973, beide zijn dan al op pensioengerechtigde leeftijd, naar South Dakota. Het Hof van Borsele gaat over naar jongste zoon Franklin, die de kans krijgt zijn ambitie om boer te worden waar te maken. Lena: “Piet kon werken voor Cees en omdat wij toch wel Amerikaans gezind waren, hebben we het gedaan. We wisselden van huis. Franklin ging naar de grote woning, wij namen het kleine huis. Ik wilde wat achter de hand houden, voor het geval we niet konden wennen.”

Op een dag gaat het gruwelijk mis in South Dakota. Een van de vrachtwagenchauffeurs in dienst van Cees raakt, buiten zijn schuld, betrokken in een ongeluk. Een rechtszaak volgt en als gevolg daarvan gaat het bedrijf van Cees op de fles. Cees verhuist kort daarop naar Californië en wordt er makelaar. “Ik begon helemaal van voren af aan”, vertelt Cees in een telefonisch interview vanuit Fresno, Californië, waar hij inmiddels van zijn pensioen geniet.

Het Amerika—virus is op bijna iedereen in de familie overgeslagen, zo lijkt het. Zo is Lydia in de tussenliggende tijd ook in de VS komen wonen. In 1960 studeert ze ‘voor een jaar’ aan Hofstra College op Long Island. Daarna vertrekt ze naar North Dakota om verder te studeren. Tijdens een stage in een kindertehuis in Chicago leert ze haar huidige man kennen, Jim.

Alleen Franklin blijft achter in Zeeland. Zijn carrière als boer is maar van korte duur en samen met zijn vrouw Ronnie begint hij bistro De Katse Kaai in de haven van Kats. “Ik had nooit gedacht dat Ronnie zou wennen om in Kats te wonen, maar het gaat goed met ze. Zoals ze het verbouwd hebben, is prachtig”, zegt Lena. Amerika hoeft voor Franklin niet zo. “Ik ben er geweest, had zelfs een optie op een bedrijf daar, maar ben teruggekomen”, zegt Franklin, in zijn restaurant in Kats.

De rest van de familie wil echter voor geen goud meer terug naar Nederland. Cees: “Het is er veel te druk en overgereguleerd. De mensen zijn ook veranderd. Ze denken alles beter te weten. Ook over Amerika, maar ze weten niet eens waarover ze praten.”

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uit de PZC

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s